maandag 16 juli 2012

Lang geleden

Hoofdstuk 1




“Laten we maar hopen en bidden dat ons een oorlog bespaard zal blijven Grietje.”
“Dan zal ik wel hopen en het bidden aan jou overlaten Dien.” antwoordt Grietje lachend en wandelt voorbij met Wim van drie aan de hand en haar jongste dochter Jopie op de arm.

Ze heeft, nadat ze als katholiek meisje met de protestante Willem trouwde, besloten zich niet meer met de kerk bezig te houden. “Twee geloven op een kussen, daar slaapt de duivel tussen”, werd er gezegd door de dominee die na hun trouwen op bezoek kwam, maar ze heeft achter elkaar vier gezonde kinderen gekregen en mocht ze allen behouden, dat is meer dan menigeen kan zeggen.

Ze heeft het er niet altijd gemakkelijk mee, het is zwaar vier kinderen in zes en een half jaar, maar Willem doet er alles aan om te voorkomen dat ze weer zwanger zal worden. Met hem heeft ze het goed getroffen. Je kunt op hem rekenen en hij werkt hard. In de kroeg komt hij nooit. Daarover heeft ze niets te klagen zoals de meeste vrouwen in haar omgeving. De armoede is groot in veel gezinnen en dan moet vader ook nog regelmatig uit het café worden gehaald met alle problemen van dien. Nee, Grietje moet hard werken, maar ze is gezond en heeft het goed getroffen met Willem. Ze kunnen redelijk rondkomen van het sleepbedrijf dat hij runt en Griet werkt ook nog regelmatig op het land. Met de opbrengst kan ze ook zo af en toe nog aan veel  armoede van buren wat tegemoetkomen door een maaltje aardappelen of wortelen weg te geven. Nee aan eten en drinken komen ze niets tekort.

Haar schoonvader is drie jaar geleden, na de dood van zijn vrouw bij hen in komen wonen. Hij verzorgde zichzelf niet meer en ook hij  vluchtte in de drank. In het begin hielp hij Willem nog wel met de werkzaamheden, maar dat was al snel afgelopen en als hij maar even kans zag greep hij toch naar de fles. Gelukkig hebben ze nu twee knechts anders zou Willem het echt niet allemaal aankunnen. Het is hard werken. Er werd familie beraad gehouden. Grootvader trok bij hen in. Els, de enige zus van Willem beloofde Grietje met raad en daad bij te staan. Je kon die man toch niet laten verkommeren. Hij studeerde lang geleden voor dominee. Nog dagelijks leest hij in de bijbel. Wat hij daarmee moet vraagt Griet zich niet meer af en de kinderen moeten later zelf hun weg maar vinden. Willem heeft besloten ze niet te laten dopen, zij vind het best.

Toen ze zwanger werd van Jopie zou de drukte haar bijna teveel worden. Er moet hard gewerkt worden op het land, in de huishouding en ook de klanten moet ze regelmatig te woord staan en proberen het geld dat ze moeten betalen binnen te krijgen. De kinderen hebben haar aandacht nog volop nodig. Nu haar oudste, Anske acht jaar is, kan ze af en toe wat uit handen van haar moeder nemen. Jan van zes gaat naar school. Griet mag dan gezond zijn, maar af en toe heeft ze zware hoofdpijnen. Haar schoonzus Els komt regelmatig naar haar toe om wat bij te springen, want ze komt nog weleens tijd tekort.

Maar vandaag is er zoveel rumoer, ze neemt de tijd er even van en  wandelt langs de rijen mensen die op de stoep voor haar deur staan in de richting van de kazerne. Het is een drukte van belang op straat. Aan de zuidkant tegenover de legerplaats woont haar schoonzus met man en kinderen. Ze kreeg vier jaar geleden een tweeling. Het kleine bovenhuis was meteen vol bedenkt Grietje zich en op haar mooie gezicht verschijnt een glimlach die haar ogen doen twinkelen.

Het is warm en ze zet Jopie op de grond. Ze kan best even aan haar hand meelopen, maar na een klein eindje vraagt het kind alweer om gedragen te woorden en hangt aan haar rokken. Ze is ook nog zo klein en tussen al die mensen op straat heeft ze weinig uitzicht. Grietje pakt haar weer op en wandelt verder.

 Vrouwen en werkeloze mannen in de straat vertellen elkaar over hun zorgen en de politieke ontwikkelingen met de dreigende oorlog voor de deur. 500.000 mannen zijn gemobiliseerd en trekken naar strategische plaatsen. De bevolking,maar ook het leger, is niet op de hoogte waar de Duitse invallen plaats zullen vinden. Het is de vraag of de legers ook door Nederland trekken om Frankrijk binnen te vallen. Voor de burgers zijn er ook nog andere problemen die de buurtbewoners bezighouden. De mobilisatie heeft veel jonge mannen bij hun ouders en gezinnen vandaan gehaald. Komen ze weer heelhuids thuis en wanneer? Veel jonge burgers zijn opgeroepen om de neutraliteit van Nederland veilig te stellen. Of dat zal lukken is de grote vraag. Wat zullen de gevolgen zijn van een geweldsuitbarsting? De onzekere toekomst en de toch al schrale levensomstandigheden die door het wegvallen van jonge mannen nog problematischer zijn geworden zijn onderwerpen van gesprek.

Jopie kijkt vanaf de veilige plek op haar moeders arm nieuwsgierig om zich heen. Ze neemt de drukte met grote ogen vrolijk in zich op. Er komen regelmatig colonnes soldaten met groot materieel door de straat.  Griet wandelt de weg af langs het hek van de kazerne in de richting van de Klarendalseweg. Achter de afzetting van het militaire terrein is het een drukte van belang.

Aan de overkant met zicht op alle drukte woont haar schoonzus. Griet trekt aan de bel, pakt zonder te wachten op een reactie het touwtje uit de brievenbus om de deur open te trekken. De trap naar boven is smal en steil, Wimpie klautert voor haar uit naar boven. De tweeling Joke en Es staan hen al springend van blijdschap bovenaan de trap op te wachten. De grote windgong die in de gang bovenaan de trap hangt, rinkelt zachtjes als Griet erlangs gaat.  Om de grote tafel in de kamer staan de  vierhoge stoelen. Ze vullen bijna de hele kleine kamer. Voor de beide opengeschoven ramen staan nog twee extra armstoelen in dezelfde steil als de vier eetkamerstoelen om de tafel.  Op de kachel die in de zomer niet als warmtebron dienst hoeft te doen, staat een pot thee onder de theemuts. Els zit rustig voor het ene raam haar haren keurig samengebonden tot een knot in haar hals, evenals Grietje. Ze kijkt uit op de ingang van de kazerne aan de overkant.

 “Dag Els.”
“Dag Grietje”, terwijl ze Jopie op de grond zet, gaat ze tegenover Els aan het andere  raam zitten. De kinderen zijn meteen samen aan het spelen.
“Leuk dat je even aan kunt komen. Wat een toestanden Griet. Kon je wel vrijmaken,” vraagt Els.
“Ik heb het er even van genomen, eigenlijk had ik naar het land gewild. Er zijn aardappels die de grond uit moeten, maar morgen zal dat hopelijk ook nog kunnen. Ik verwacht niet dat het morgen zal stortregenen. Dan kan ik de scha wel weer inhalen.
“Zal ik morgen wat boodschappen voor je meenemen als ik naar je toekom?” 
“Dat zou fijn zijn, ik ben bijna door de zeep en koffie heen. Ik stuur Anske wel naar de boer voor de melk. Zal ik even wat opschrijven. Als je dan wat later op de morgen komt, wanneer ik terug ben van het land dan kun je meteen weer een maaltje aardappels meenemen.”
“Dat komt goed van pas Griet.”

Het kleine bovenhuis van Els en Johan kon geen plaats bieden aan haar vader. Griet heeft wat meer ruimte en maakte een kamertje voor hem vrij. Jan slaapt nu onder de trap naar en heeft daar een mooi plekje gevonden. Els begrijpt wel dat het niet eenvoudig is voor Griet de oude man ook nog in huis te hebben met de vier kinderen, de drukte van het bedrijf, de twee knechten van Willem, die altijd en waarvan de jongste ook nog mee-eet en op de hooizolder bij Grietje slaapt. De oudste brengt zijn avonden en nachten bij vrouw en kinderen door. Meestal krijgt hij nog wat van het land mee van Griet voor het gezin thuis. Els  staat altijd klaar de taak van haar schoonzus iets te verlichten voor zover dat mogelijk is.

 Aan beide binnenzijde van de opengeschoven ramen hangt een spionnetje waardoor ze  ook nog naar achteren de weg af kunnen kijken terwijl hun gebabbel de kamer vult. Wim is bij Griet op schoot gekropen en laat zijn nichtjes en zus voor wat ze zijn. Hij vindt de beweging op straat en achter de hekken van de kazerne indrukwekkend genoeg om stilletjes toe te kijken.  Af en toe komen de meisjes bij hen voor het raam staan om naar de drukte te kijken.

“Ik kan niet zolang blijven, want over een halfuurtje komen Jan en Anske alweer uit school. Willem is onderweg met de knecht vanaf de steenoven aan de overkant van de Rijn. Hij moest vandaag stenen rijden naar het Sonsbeekkwartier. Ik hoop dat hij goed de schipbrug overkomt. Het zou me niet verbazen dat hij daar problemen krijgt met al die soldaten op de weg.” 
 “De tijden zijn niet best. We mogen blij zijn dat onze mannen nog steeds aan het werk zijn, maar dat kan goed anders worden. Er lopen er al genoeg aan de straat, er zijn ook zoveel werkelozen.  Wees maar blij dat Willem een eigen sleepbedrijf heeft Griet. ”
Een bezorgde rimpel verschijnt op Els’ voorhoofd.
“Ach Els, we veranderen niet zoveel aan al die omstandigheden en moeten het maar nemen zoals het komt. Voorlopig kunnen we alle monden nog vullen en dat kan lang niet iedereen zeggen.”
“Maar Griet, het is toch verschrikkelijk dat er weer zoveel jongens de oorlog ingestuurd worden. Al die arme ellendige toestanden. Als dat uit de hand gaat lopen, wat gebeurd er dan en moeten onze mannen dan ook nog de oorlog in? Ik houd mijn hart vast.”
Els schenkt de kommen thee nog eens vol en geeft de kinderen een beker melk.
“Ja dat is verschrikkelijk Els, wat dat betreft ben ik blij dat mijn jongens nog klein zijn, die angst hoef ik er gelukkig niet bij te hebben, maar er zijn zoveel ouders en vrouwen die nu in de ellende zitten. En wie weet wat ons nog boven het hoofd hangt.”
“We kunnen niet meer doen dan afwachten Grietje. O ja, nu je er toch bent,  ik heb nog wat kleding liggen waar de meisjes uitgegroeid zijn voor Jopie, zal ik het je meteen meegeven of zal ik het morgen meebrengen.”
“Heb je het klaarliggen?”
“Ja het zit al in de tas, wil je hem meenemen.”
“Nee Els, nu maar even niet. Met Jopie erbij, ze loopt echt nog niet het hele eind terug naar huis.”
Na verloop van tijd besluit Grietje naar huis terug te wandelen. Ze zet Wim op de grond  en staat op.
“Kom Jopie, Wim, we gaan maar weer eens op  huis aan.”
Ze pakt Jopie op van de vloer waar ze druk doende is met haar nichtjes, de pop en een houten poppenwagentje..
“Tot morgen Els en doe de groeten aan Johan.”
“Dag Griet, tot morgen en groet Willem.”

Bovenaan de trap, op de arm van haar moeder, steekt Jopie haar handjes uit en aait langs de gong. Tot groot plezier van de tweeling die hen uitgeleide doet. Het is hen onmogelijk bij de gong te komen, daar zijn ze veel te klein voor. Jopie schatert van het lachen op de mooie tonen van de lange holle buizen en tovert daarmee een glimlach op het gezicht van Grietje. Wim komt achter Grietje de trap af. Grietje houd hem goed in de gaten, ze wil voorkomen dat hij valt. Hij heeft nog zulke kleine beentjes gaat, daarom gaat hij op zijn kontje naar beneden en dat is wel zo veilig. Beneden gekomen moet Jopie nu toch op haar eigen beentjes proberen terug te wandelen maar als Grietje vermoedt dat ze te laat thuis zal komen voor de andere kinderen, gaat het haar te lang duren. Ze neemt  het meisje weer op haar arm en wandelt terug naar huis waar het werk weer op haar wacht.

Ze zitten met zijn achten voor de maaltijd rond de grote tafel die op de geschrobde stenen vloer in het midden van de keuken-huiskamer staat. Gelukkig is vader op tijd de brug overgekomen. De laatste vracht heeft hij nog weg kunnen brengen. Thuisgekomen, heeft hij het paard afgetuigd en op stal gezet terwijl de knechts de wagen in de schuur rijden. Piet is met een maaltje wortelen op weg naar huis gegaan. Moeder zit bij de achterdeur die toegang geeft tot de binnenplaats achter het huis en de stallen met de schuur als de klink van het bovengedeelte van de dubbele deur langzaam naar beneden zakt en open wordt gestoten. Er komt een groot paardenhoofd van de schimmel over de onderdeur kijken. Jacob, de jonge knecht schiet in de lach.

“Je verwent dat beest teveel, daar kom je niet meer vanaf Griet,” zegt vader. “Hij slaat geen dag meer over.”
Griet komt overeind en neemt een lepeltje suiker uit de pot die op tafel staat en legt het op haar vlakke hand. Met zijn grote tong en lippen likt hij de zoete traktatie op.
“Hij heeft het wel weer verdiend Willem,” lacht Griet terwijl ze het grote hoofd weer terug duwt en de deur sluit.

De kat weet het al precies en loopt onder de tafel om Anskes benen te draaien. Als er een stukje vlees bij de maaltijd is stopt ze het hem stiekem toe. Ze houdt niet van vlees. Maar vandaag heeft poes pech het extra hapje zit er niet aan. Moeder is al klaar met het eten. Ze gaat alweer aan het werk en dan is het Anskes beurt. Ze vindt het maar niets, dan moet ze natuurlijk weer haar zusje voeren, want die schiet maar niet op met eten. Van haar wordt verwacht dat ze Jopie voert, want als iedereen allang klaar is, zit Jopie nog met een mond vol en is haar bordje nog lang niet leeg. Als ze zelf haar eten allang op heeft zit ze nog met Jopie haar hapjes te voeren. Die blijft eindeloos met iedere hap in haar mond zitten. Een hekel heeft ze daaraan. Vroeger zat ze ook al met Jopie en het flesje op haar schoot.

Gelukkig, moeder neemt nu zelf Jopie op schoot en Anske mag met Jacob, mee naar de weilanden achter het huis voorbij de kazerne waar het paard naartoe wordt gebracht, maar dan moet zij op de terugweg wel meteen even doorlopen naar de boer om melk te halen.
Vader haalt het paard weer van de binnenplaats en met een grote zwaai tilt hij ook Anske op de rug van het paard. Met Jacob aan de teugel gaat ze de poort uit naar de weilanden. Dat is toch veel leuker dan Jopie voeren. Met een blij gezichtje komt Anske thuis en dan is Jopie gelukkig al uitgegeten en ligt in haar bedje. 

zondag 15 juli 2012

Zondagmorgen

Lekker lang slapen,
broodjes uit de oven,
een pianoconcert van Mozart,
De zon speelt door de bomen in het park,
Zo vervliegt de tijd in het genieten en is het alweer middag.



De vier edele waarheden


Alles verandert.
In de bijna achtenzestig jaar van mijn leven is er zoveel veranderd. Soms, wanneer ik terugdenk aan wie ik was 20, 30, 40, 50 jaar geleden dan lijkt het alsof ik naar iemand anders kijk. Continuiteit, ja dat vind ik terug, maar ben ik nog precies dezelfde? Nee echt niet. Ik leef in een heel andere wereld en ga daar nu op een heel andere manier mee om. Zelfs mijn gevoelens over veel dingen zijn niet hezelfde gebleven . Hier en daar heb ik iets geleerd maar ook hebben sommige ervaringen hun sporen nagelaten ook al liggen ze al jaren achter me. Ik kan dat zien dankzij die continuiteit en  in mijn  gewoontepatronen van reageren. Maar ik heb ook geleerd en ontdekt dat ik die kan veranderen. Het is niet meer nodig ze te betrekken of te gebruiken in de omstandigheden waarin ik nu verkeer. Dus ook dat kan veranderen en ik reageer met wat inspanning en aandacht nu anders op dingen dan zoveel jaar geleden. Ik heb dat tot nieuwe gewoontepatronen gemaakt en het past beter bij mijn leven hier en nu. Het maakt me zo langzamerhand wel duidelijk dat er niet zoiets is als een 'vaststaand zelf' waar ik me aan vast moet houden. Ook mijzelf kan ik veranderen voor een groot deel naar eigen believen maar wel met inspanning en zorg en betrokkenheid om er het beste van te maken.  Ik zou in staat kunnen zijn mezelf te maken en te breken bij wijze van spreken als ik er genoeg inzet voor heb en de omstandigheden gunstig zijn. Zijn de omstandigheden in deze maatschappij niet gunstig, de manier van leven die we er hier op na houden? Leven we niet in een wereld waar vele mogelijkheden zijn?  Weten dat ik mezelf veranderen kan en dat niets vaststaat ook mijn eigen ZIJN niet, dat geeft zoveel ruimte!


Ik heb me afgevraagd of er een manier van leven bestaat om met open ogen en een ontvankelijk hart alles te ervaren en alles te zijn wat in een mens aanwezig is. Is er een manier te vinden om NIET te lijden aan veranderingen die ook mijn weerstanden en de dood inhouden? Leven zonder de angst gekwetst te worden en de vele andere gebeurtenissen die me kunnen overspoelen?  Daar vrij van te zijn? (Wat niet betekent dat het er niet meer is)

 Leven met alles erop en eraan. Ieder moment te laten zijn zoals het is. Me er niet mee te verbinden, te identificeren en denken dat er dingen zijn die onveranderlijk vaststaan.
Mijn intussen opgedane ervaringen geven me de mogelijkheid te denken dat ik het antwoord gevonden heb en ik ben op weg. Er is een weg uit het lijden. Een weg van iedere dag, iedere minuut opnieuw vertrekken en thuiskomen in de grote RUIMTE DIE IK BEN. De ruimte die er is voor liefde en mededogen en voor inzicht. 


Daarover gaan de vier edele waarheden.


1 Er is lijden
2 Er is een oorzaak voor het lijden.
3 De waarheid van de beëndiging van het lijden
4 Er is een pad dat leidt tot opheffing van het lijden.


En het fijne is dat daar heel wat 'handvaten' voor worden aangereikt door de Boeddha. Hij was ook een gewoon mens die zijn ervaringen deelde.



Blogarchief

LinkWithin

Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...